| Kleine lichamen in het zonnestelsel, kometen en kleine
planeten, soms ook asteroïden of planetoïden
genoemd (foto 1), zijn
een bron van informatie over het ontstaan en de evolutie
van het zonnestelsel.
De kleine planeten bewegen rond de Zon op dezelfde
manier als andere planeten. (foto 2)
Het merendeel bevindt zich in een baan
tussen Mars en Jupiter. Een minderheid heeft echter
een ander traject. Sommigen naderen heel dicht de Aarde,
terwijl anderen zich in de baan van Jupiter of op de
uiterste grens van ons zonnestelsel, voorbij Neptunus
bevinden. Vandaag de dag kennen we meer dan dertigduizend
kleine planeten (foto 3),
terwijl enkele honderdduizend al geobserveerd zijn zonder
dat hun precieze baan gekend is.
J.H. Oort, een Nederlandse astronoom formuleerde de
hypothese van het bestaan van een wolk gevormd door
stofophopingen en bevroren gassen aan de rand van ons
zonnestelsel. Als gevolg van kleine verstoringen worden
sommige van die ophopingen naar het binnenste deel van
het zonnestelsel gezonden om zo kometen te vormen. (foto
4)
Wanneer een komeet de Zon nadert, verdampen de vluchtige
materialen (vooral vuil ijs) door de toegenomen invloed
van de zon en wordt zo een tijdelijke wolk omheen de
komeet gevormd (“de coma”). (video 1)
In de loop van dit proces komt uit het binnenste van
de komeet (“de kern”) ook veel stof vrij.
Omdat komeetlichamen klein zijn, kan hun zwaartekracht
het gas en het vrijgekomen stof niet vasthouden. Deze
ontsnappen en vormen twee lange staarten, in de richting
weg van de Zon. (foto 5 &
6)
De studie van asteroïden en de samenstelling van
kometen — waarvan men denkt dat het restanten
zijn van de protoplanetaire
nevel waaruit het zonnestelsel ontstond — kunnen
ons veel leren over de geboorte, de evolutie, de structuur
en de samenstelling van de Zon en de planeten.
|