Om vast te kunnen stellen of de Aarde opwarmt of afkoelt,
is het noodzakelijk om zowel de hoeveelheid “ontvangen”
als “ontsnapte” energie te kennen.
Bepaalde onderzoeksprogramma’s, georganiseerd op
internationale schaal, hebben de precieze formulering
van die stralingsbalans van de Aarde (foto
1) als doel.
Zon |
Aarde |
Zonnestraling |
Infrarode straling |
Wolken |
Warmtestraling |
De Zon is de enige externe energiebron die het Aard-oceaan-atmosfeer-systeem
“voedt”. Daarom moeten we heel nauwkeurig,
naast vele andere zaken, de hoeveelheid energie bepalen
die ons bereikt vooraleer het aardoppervlak te raken
(“zonneconstante”). Ook haar veranderingen
in de tijd zijn belangrijk. (foto
2 & 3)
De Zon verwarmt de Aarde door haar straling, vooral
in het zichtbare spectrum.
De Aarde zendt deze energie weer uit in de vorm van
infrarode straling. Een deel van deze straling wordt
opnieuw opgenomen door de gassen in de atmosfeer.
Dit laatste proces is wat men het “broeikaseffect”
noemt, een natuurlijk verschijnsel. Zonder dit effect
zou de gemiddelde temperatuur van de Aarde ongeveer
-18°C zijn, omdat de warmte van het Aardsysteem
sneller zou ontsnappen in de ruimte.
Ook andere uitdrukkingen van de stralingsbalans worden
bestudeerd ofwel vanaf het aardoppervlak, ofwel vanuit
de ruimte. Sommige natuurlijke fenomenen (foto
4), maar ook menselijke activiteiten(foto
5) kunnen bepaalde factoren van deze balans beïnvloeden.
We denken bijvoorbeeld aan "atmosferische
storing".
|