Voorafgaand aan elk experiment dienen er spectroradiometrische en fotochemische ijkmaten genomen te worden in het laboratorium.
Men gebruikt optische uitrusting en doet proeven met neutrale en geïoniseerde deeltjes om fysische en chemische parameters te meten, die optreden bij de interacties tussen deeltjes in de ruimtelijke omgeving van de Aarde en de zonnestraling.

Onderzoekers aan het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie bestuderen de magnetosfeer om de fysische mechanismen te begrijpen die dit uitgebreide dynamische systeem controleren.
In het bijzonder is het van belang om te weten hoe de zonnewind en de magnetosfeer elkaar wederzijds beïnvloeden in antwoord op de cyclische variaties en vergankelijkheden van de zonneactiviteit.

Hoe beter we immers deze interactie begrijpen, hoe beter we de gebeurtenissen kunnen voorzien die zich afspelen in de magnetosfeer, en waarvan de gevolgen nefast zijn op technologisch vlak: storingen in het functioneren van satellieten, soms onherstelbare schade, stralingsgevaar voor astronauten,… Zoiets onderzoeken vereist het gebruik van ruimtemissies zoals Cluster, die bestaat uit vier satellieten (foto 1).

Het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie is betrokken bij deze missie, die moet zorgen voor een beter begrip van de interactie tussen de Zon en de Aarde. (foto 2) De satellieten, gelanceerd in juli en augustus 2000, doorkruisen herhaaldelijk het magnetisch veld van onze planeet. (foto 3) Doel is het opstellen van een driedimensionale en niet-stationaire cartografie (foto 4) van gebieden in de ruimte waar de interactie zich het meest manifesteert.

Sinds de ontdekking van de stralingsgordels, dragen vele satellieten en raketten instrumenten mee om de structuur en de dynamiek ervan te observeren. Ze voeren in situ metingen uit. (foto 5) Gelijktijdig gebeuren er ook theoretische studies om de waargenomen fenomenen te begrijpen en in model te brengen.

Het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie is betrokken bij internationale studies die zonder ophouden de bestaande modellen verbeteren en er nieuwe ontwikkelen voor gebruik in de ruimte-industrie.

Het programma SPace ENVironment Information System (SPENVIS), voortgekomen uit deze studies, is overal ter wereld gebruikt om de stralingsomgeving van toekomstige satellietmissies te analyseren.