| De atmosfeer
van de Aarde ondergaat voortdurend de invloed van ultraviolette
straling, X-stralen
zonnedeeltjes en kosmische
straling. (foto 1)
Daardoor ontstaat er een ionisatie,
t.t.z. een productie van ionen
en elektronen,
met een tegengestelde lading in de atmosfeer. Die deeltjes
zijn afkomstig van verschillende atmosferische atomen
en moleculen. (foto 2)
Slechts vanaf een hoogte van 60 km, heeft men een werkelijk
geïoniseerde atmosfeer. Men spreekt dan van de
ionosfeer die zich uitstrekt vanaf de mesosfeer tot
aan de buitenste grens van de atmosfeer. (foto 3).
Zolang de druk groot genoeg is, overweegt de neutrale
atmosfeer op de ionosfeer. Maar van zodra de ionisatiegraad
(de verhouding tussen het aantal geladen
en het aantal neutrale
deeltjes) niet meer verwaarloosbaar is, overwegen de
kenmerken van de ionosfeer en moet men rekening houden
met een elektrisch veld dat de bewegingen van positief
geladen deeltjes (ionen) en negatief geladen deeltjes
(elektronen) aan elkaar koppelt.
Hoewel het aantal ionen en elektronen verwaarloosbaar
is, in vergelijking met het aantal neutrale deeltjes
in de ionosfeer, is de aanwezigheid van vrije elektronen
heel belangrijk. Deze laatste oefenen namelijk een grote
invloed uit op de voortplanting van radiogolven met
hoge frequentie (HF: tussen 3 et 30 MHz) die gebruikt
worden door radioamateurs. Deze golven worden met een
zender de ruimte ingestuurd, gereflecteerd door de ionosfeer
en afgebogen naar een ontvangststation op de grond.
De eigenschappen van de ionosfeer variëren al
naargelang het uur van de dag, het seizoen, de geografische
locatie, de activiteit van de Zon en de aurora’s
(foto 4). Het is daarom
dat, om stabiele communicatie te behouden, de radio-amateurs
op ingenieuze wijze de zendfrequentie moeten berekenen
op basis van veranderende parameters in de ionosfeer.
(foto 5 en 6) Toch gebeurt
het dat bepaalde communicatie onmogelijk te realiseren
is. Dit gebeurt vooral tijdens hevige zonne-uitbarstingen
die de ionosfeer sterk verstoren. (video 1)
|